Een wc tegelen is goed te doen als je enige doe-het-zelfervaring hebt. Je betegelt de wanden, de vloer of allebei, afhankelijk van hoe je de ruimte wilt afwerken. Omdat een toilet een kleine, vochtige ruimte is, zijn tegels een praktische en duurzame keuze. In dit artikel lees je precies hoe je te werk gaat, waar je op moet letten en welke fouten je beter kunt vermijden.
Voorbereiding: meten, materialen en ondergrond
Begin met het opmeten van de wanden en de vloer. Reken de oppervlakte uit in vierkante meters en tel daar minimaal 10 procent extra bij op voor snijverlies en breuk. Een wc is klein, maar juist daardoor heb je relatief veel snijwerk, bijvoorbeeld rond het toilet, de fontein en de leidingen.
Controleer daarna de ondergrond. Tegels hechten alleen goed op een schone, vlakke en stabiele wand of vloer. Oude verf, loszittend pleisterwerk of vocht zijn problemen die je eerst oplost. Gipsplaat en betonnen wanden zijn prima; houten wanden hebben een speciale voorbehandeling of een extra laag nodig (bijvoorbeeld betonplex) om te voorkomen dat het hout werkt en de tegels loslaten.
Materialen die je nodig hebt:
- Tegels naar keuze (wand- en/of vloertegels)
- Tegellijm (voor wanden een lichtere variant, voor vloeren een stevigere)
- Voegmassa in de gewenste kleur
- Siliconenkit voor de naden bij sanitair en hoeken
- Tegelkruisjes voor gelijkmatige voegen
- Zaagplank of nattezaagmachine voor het snijwerk
- Tandspaan, waterpas, lood en markeerstift
Welke tegels kies je voor de wc?
Voor een toilet kun je vrijwel elke tegelsoort gebruiken, zolang je wandtegels op de wand plaatst en vloertegels op de vloer. Wandtegels zijn lichter en hebben een lagere druksterkte, wat op de vloer een probleem geeft. Vloertegels mogen ook op de wand, maar zijn zwaarder en vereisen sterkere lijm.
Het formaat maakt een groot verschil in een kleine ruimte. Grote tegels (bijvoorbeeld 60×60 cm of groter) geven een ruimtelijk effect maar vragen meer precisie en meer snijwerk. Kleine tegels (zoals 10×10 cm metro- of mozaïektegels) zijn bewerkelijker maar flexibeler om te verwerken. Populair in toiletruimtes zijn tegels met een marmerprint of aderpatroon, zoals zwart-wit geaderde tegels. Die geven een strakke uitstraling zonder dat je echte marmer nodig hebt.
Let bij vloertegels op de stroefheidsklasse (R-waarde). Voor een badkamer of toilet is minimaal R10 aan te raden, zodat je niet uitglijd op een natte vloer.
Wc tegelen: de volgorde van werken
Begin altijd met de wanden, daarna de vloer. Zo voorkom je dat je de vloertegels beschadigt terwijl je nog aan de wanden werkt.
Wanden tegelen:
- Bepaal het middelpunt van de wand en werk van het midden naar buiten. Zo vallen de snijstukken aan de zijkanten gelijkmatig.
- Breng tegellijm aan met de tandspaan en leg de tegels van onder naar boven. Zet een lat op de juiste hoogte als steun voor de onderste rij, zodat die niet zakt terwijl de lijm droogt.
- Gebruik tegelkruisjes voor gelijke voegbreedte (gangbare breedte is 1,5 tot 2 mm voor wandtegels).
- Controleer regelmatig met een waterpas of de rijen recht blijven.
- Snij de randstukken op maat met een nattezaagmachine voor een strakke afwerking.
Vloer tegelen:
- Werk ook hier vanuit het midden of vanuit de meest zichtbare hoek, afhankelijk van de indeling.
- Gebruik vloertegellijm en druk elke tegel stevig aan om luchtzakken te voorkomen.
- Laat de lijm minimaal 24 uur uitharden voor je de voegen invult.
Voegen en afwerken
Na het uitharden van de lijm verwijder je de tegelkruisjes en breng je de voegmassa aan. Werk de voegen in met een voegspons in cirkelbewegingen en verwijder het overtollige materiaal snel met een vochtige spons. Voegmassa die indroogt op de tegels is moeilijk te verwijderen.
De naden op plekken waar twee vlakken samenkomen (wand op wand, wand op vloer) vul je niet met voegmassa maar met siliconenkit. Voegen bewegen mee met kleine schommelingen in de constructie; siliconenkit is flexibel en voorkomt scheuren. Breng de kit netjes aan met een voegpistool en strijk glad met een natte vinger of kitmes.
Ook de aansluiting van het toilet en de fontein op de wand dicht je af met siliconen. Dat voorkomt dat vocht achter het sanitair trekt.
Veelgemaakte fouten bij het tegelen van een wc
Een ongelijke ondergrond is de meest voorkomende oorzaak van problemen. Tegels op een bolle of onvlakke wand geven holle plekken achter de tegel, waardoor ze later loslaten. Neem de tijd om de wand eerst goed te egaliseren.
Te weinig lijm aanbrengen is een andere valkuil. De achterkant van de tegel moet voor minstens 80 procent bedekt zijn met lijm, anders hecht de tegel niet goed. Controleer dit door een tegel direct na het leggen er even af te halen en de verdeling te bekijken.
Snijstukken van minder dan een halve tegel breed zien er onafgewerkt uit en zijn kwetsbaar. Plan je indeling zo dat randstukken minimaal een halve tegelbreedte hebben. Dat is een kwestie van goed uitrekenen voor je begint.
Een wc tegelen vergt geduld en nauwkeurigheid, maar de ruimte is klein genoeg om het als beginners-project aan te pakken. Met de juiste voorbereiding, goede materialen en een strakke uitvoering heb je een resultaat dat jarenlang meegaat.

Pingback: Douchebak plaatsen voor of na tegelen: wat is de juiste volgorde? - Wij Herbouwen
Pingback: Douchegoot tegelen: zo doe je het stap voor stap - Wij Herbouwen