Een goede fundering voor je vlonder maken begint met het plaatsen van piketpalen of betonpoeren in de grond, zodat de vlonder vrij van de grond komt te liggen en lucht eronder kan circuleren. Dat voorkomt rotting en verlengt de levensduur van je vlonder aanzienlijk vergeleken met een vlonder die direct op tegels of op de grond rust.
Welk type fundering past bij een vlonder?
De twee meest gebruikte funderingstypen voor een vlonder zijn piketpalen en betonpoeren. Piketpalen sla je de grond in en zijn makkelijk te plaatsen zonder uitgraven. Betonpoeren graaf je in of giet je ter plaatse; ze zijn stabieler bij grotere vlonders of op zachte grond. Op vaste ondergrond volstaan piketpalen voor de meeste standaard vlonders van gemiddelde grootte.
Een vlonder op betonnen tegels leggen is sneller, maar heeft een groot nadeel: de houten balken komen direct of bijna direct in contact met vocht vanuit de tegels. Daardoor kan het hout eerder gaan rotten. Een fundering met palen of poeren houdt het hout droger en gaat langer mee.
Fundering vlonder maken: de stappen op een rij
Hieronder vind je een praktisch stappenplan voor een fundering op piketpalen, de meest gangbare methode voor een tuinvlonder.
- Markeer het oppervlak. Spuit of markeer de hoeken en de randen van je toekomstige vlonder met spuitverf of houtenpiketten. Controleer met een meetlint of de hoeken haaks zijn (gebruik de 3-4-5 methode: 3 meter langs de ene kant, 4 meter langs de andere, de diagonaal moet 5 meter zijn).
- Verwijder gras en onkruid. Haal het gras weg op de plek van de palen. Leg daarna antiworteldoek neer om onkruidgroei onder de vlonder tegen te gaan.
- Bepaal de paalposities. Plaats palen op elke hoek en daartussen op maximaal 150 centimeter hart-op-hart afstand, zowel in de lengte als in de breedte. Bij zwaarder gebruik of bredere vlonders kun je kortere onderlinge afstanden aanhouden, zoals 100 tot 120 centimeter.
- Sla de piketpalen in. Gebruik een grondhamer of palenbok om de palen recht de grond in te slaan. Een piketpaal heeft meestal een stalen voet waarop later de ligger of balk rust. Controleer tussendoor met een waterpas of de palen gelijk staan.
- Zet de liggers op de palen. De liggers (ook wel dwarsbalken of dragers genoemd) leg je dwars op de looprichting van de vlonderplanken. Verbindt ze met de stalen beugels of klemmen van de piketpalen. Controleer met een lange lat en waterpas of alles waterpas staat. Stel bij indien nodig.
- Leg de vlonderplanken. Dit is de afdeklaag die je daadwerkelijk ziet en beloopt. Maar dat valt buiten de fundering zelf en is een aparte stap.
Diepte en stabilliteit: waar je op moet letten
Piketpalen sla je doorgaans 40 tot 60 centimeter de grond in, afhankelijk van de grondsoort. Op kleigrond of slappe veengrond is een grotere ingraafdiepte verstandig, of kun je beter kiezen voor ingegraven betonpoeren van minimaal 50 tot 60 centimeter diep. Op zandgrond volstaat 40 centimeter meestal goed.
Laat de bovenkant van de palen of poeren niet te hoog uitsteken. Een vrije hoogte van 5 tot 10 centimeter onder de liggers is genoeg voor luchtcirculatie. Te hoog maakt de constructie minder stabiel; te laag verhoogt het risico op vochtproblemen.
Controleer altijd of alle palen of poeren op exact dezelfde hoogte staan voordat je de liggers plaatst. Eén paal die een centimeter te hoog staat, geeft later een vlonder die wiebelt of knarst. Een waterpas en een lange richtlat zijn onmisbare hulpmiddelen bij deze stap.
Hoeveel palen of poeren heb je nodig?
Als richtlijn: reken op één ondersteuningspunt per 1 tot 1,5 vierkante meter vlonderoppervlak. Voor een vlonder van 3 bij 4 meter (12 m²) heb je al snel 9 tot 12 palen nodig, afhankelijk van de balkafstanden. Het is beter iets te veel palen te plaatsen dan te weinig; extra ondersteuning kost weinig extra, maar voorkomt doorbuiging.
Een solide fundering is het fundament van een vlonder die jaren meegaat. Neem de tijd voor deze stap, controleer alles met een waterpas en kies voor palen of poeren boven een fundering op losse tegels. Dan staat je vlonder stabiel, droog en duurzaam.
