Om te stucen heb je minimaal stucwerk (kant-en-klaar of als droge mix), een roerstaaf, een emmer, water, een plakspaan, een stucspaan en schuurpapier nodig. Dat is de basisset voor het stucen van een muur binnenshuis. Afhankelijk van de ondergrond en het eindresultaat dat je wilt, voeg je daar nog een paar hulpmiddelen aan toe.
De materialen die je nodig hebt om te stucen
Het meest gebruikte product is kant-en-klaar stucwerk uit een emmer. Je hoeft het alleen te mengen en kunt er direct mee aan de slag. De andere optie is een droge stucmix, die je zelf aanmengt met water. Controleer de verpakking voor de juiste verhouding water en poeder, want te slap of te dik stuc werkt niet goed. De meeste droge mixen vragen om koud, schoon water.
Naast het stucmateriaal zelf heb je een grotere emmer nodig om in te mengen. Een roerstaaf op een boormachine maakt het mengen flink gemakkelijker dan handmatig roeren, zeker bij grotere hoeveelheden. Zorg dat er geen klontjes in de mix zitten voor je begint.
Gereedschap voor het aanbrengen
Een plakspaan (ook wel bakspaan of opstrijkspaan) gebruik je om het stuc op de muur te zetten. Een stucspaan, vaak van roestvrij staal, gebruik je om het stuc glad te trekken en te verwerken. De lengte van je spaan bepaalt hoe breed je kunt werken: voor een gemiddelde muur werkt een spaan van 30 tot 40 centimeter goed. Een langere spaan geeft sneller een vlak resultaat, maar vraagt meer oefening.
Een hoekspaan is handig als je ook de hoeken netjes wilt afwerken. Je kunt ook een profielspaan gebruiken om strakke hoeken te krijgen aan ramen en deurlijsten. Dat scheelt veel bijwerken achteraf.
Wat je nodig hebt voor de voorbereiding
Een goede ondergrond is het halve werk. Als de muur poreus is, gebruik je vooraf een hechtprimer of een muurverdunner. Die primer zorgt dat de muur het stuc niet te snel opzuigt, waardoor het beter hecht en gelijkmatiger droogt. Bij een heel gladde ondergrond (zoals beton) gebruik je juist een hechting verbeterende primer.
Plak de randen die je niet wilt bestucen af met schilderstape. Denk aan plinten, kozijnen en stopcontacten. Leg ook folie of karton op de vloer: stuc plakt goed en is lastig te verwijderen als het eenmaal droog is.
Schuren en afwerken
Als het stuc droog is (reken op minimaal 24 uur, afhankelijk van de dikte en de luchtvochtigheid), werk je de muur af met schuurpapier. Begin met een grovere korrel, zoals korrel 80 of 100, en eindig met een fijnere korrel voor een echt strakke afwerking. Een schuurblok of een lange schuurlat helpt om gelijkmatig te werken en golven te voorkomen.
Wil je een extra gladde, bijna spiegelende afwerking? Dan kun je het stuc nat gladstrijken met een vochtige spaan voordat het volledig droog is. Dit vraagt wat oefening, maar geeft een professioneel resultaat.
Volledig materiaaloverzicht op een rij
- Stucwerk (kant-en-klaar of droge mix)
- Mengemmers (minstens één grote)
- Roerstaaf op een boormachine
- Plakspaan (opstrijkspaan)
- Stucspaan van roestvrij staal (30 tot 40 cm)
- Hoekspaan (optioneel, voor nette hoeken)
- Primer of hechting verbeterende grondlaag
- Schilderstape en afdekfolie of karton
- Schuurpapier (korrel 80 en fijner) en een schuurblok
- Water en een emmer om gereedschap in te reinigen
Hoeveel stucwerk heb je nodig?
Een handige vuistregel: voor een dunne laag stuc (1 tot 2 mm) verbruik je ongeveer 1 tot 1,5 kilo stucmateriaal per vierkante meter. Bij een dikkere egalisatielaag van 3 tot 5 mm loop je al snel op naar 3 tot 5 kilo per vierkante meter. Bereken je oppervlak van tevoren en koop iets meer dan je denkt nodig te hebben, zodat je niet halverwege tekortkomt. Eenmaal gemengd stucwerk droogt snel in en is niet bewaarbaar.
Met dit overzicht weet je precies wat je in huis moet hebben voordat je begint. Goed gereedschap en de juiste voorbereiding maken het verschil tussen een bobbelig resultaat en een muur die er strak uitziet. Begin bij voorkeur op een minder zichtbare muur om te oefenen, zodat je gevoel krijgt voor de techniek voor je de grote wand aanpakt.
